SKILZ-jaarbericht 2025

Algemeen

Voorwoord

Het jaar 2025 was voor SKILZ productief. Er zijn drie SKILZ-richtlijnen en acht SRI-richtlijnen gepubliceerd. Daarnaast heeft SKILZ aan negen SKILZ-richtlijnen en zeven SRI-richtlijnen gewerkt. De publicatie van deze nog in ontwikkeling zijnde richtlijnen wordt in 2026 of begin 2027 verwacht. Naast successen zijn er ook nieuwe uitdagingen, zoals ervaring opdoen met modulaire herzieningen, de wijze waarop we Artificiële Intelligentie (AI) inzetten en het opstellen van een zorgvuldige werkwijze hiervoor. Ook raken we bij sommige richtlijnthema’s betrokken bij interessante maar soms ook ingewikkelde discussies over ethische dilemma’s. Een voorbeeld is de term drang en hoe deze term zich verhoudt tot het VN-verdrag over de rechten van de mens en het VN-verdrag over mensen met een handicap.

Op het gebied van disseminatie en implementatie zijn ook weer nieuwe stappen gemaakt. Zo wordt steeds het platform richtlijnenlangdurigezorg.nl geoptimaliseerd en trekt deze website steeds meer bezoekers. Daarnaast zijn er voorbereidingen getroffen om een AI-vragentool in te bouwen waarmee het zoeken naar informatie uit de richtlijnen eenvoudiger wordt.

Het bestuur van SKILZ, de raden, de werkgroepleden en de cliëntengroepen hebben constructief meegedacht om het werk van SKILZ mogelijk te maken. SKILZ is hen zeer erkentelijk en bedankt iedereen voor hun inzet. In 2025 hebben de Ervaringsraad en het bestuur van SKILZ nauw samengewerkt om een nieuwe voorzitter voor SKILZ te vinden. Dat is gelukt. Tijdens het SKILZ-congres op 5 februari 2026 nam Akke Albada het stokje van Petrie Roodbol over. Verder is de samenwerking met andere richtlijnontwikkelaars, zoals RAILZ, V&VN, FMS en RIVM ook constructief. Hetzelfde geldt voor de overleggen en afstemming met NIP, NVO, BPSW, AKWA GGZ en NHG over huidige en nieuwe thema’s voor richtlijnontwikkeling. Ook zijn we goed ingebed in het Richtlijnen Netwerk Nederland (RNN), het platform voor richtlijnontwikkelaars zelf. De samenwerking met partijen als Vilans, Zipnet, ABR-zorgnetwerken, kennispleinen Gehandicaptenzorg en Zorg voor Beter verloopt ook heel prettig. Naast goede afstemming dragen zij bij aan disseminatie van onze producten. Verder overleggen we met cliëntenorganisaties over de wijze waarop de inbreng vanuit cliëntenperspectief een goede plek krijgt in de richtlijnen.

Zo terugkijkend op het afgelopen jaar gaat SKILZ goed voorwaarts. Voor het bureau liggen er mooie uitdagingen en is er veel vertrouwen. De manier waarop iedereen zich blijft inzetten, zelfs wanneer het druk is of wanneer dingen anders gaan dan gepland, is heel fijn. We zijn trots op wat we het afgelopen jaar hebben bereikt en willen dat graag delen via dit jaarbericht 2025. Wij wensen iedereen veel leesplezier toe.

Juni 2026, Marieke van der Waal

Directeur SKILZ

1. Organisatie van SKILZ


1.1 Bestuur

SKILZ is in 2018 opgericht vanuit de behoefte aan het verkrijgen van multidisciplinaire richtlijnen in de langdurige zorg. In de praktijk wordt immers vanuit diverse disciplines samengewerkt om goede zorg aan cliënten te kunnen bieden. Het visietraject over de governance heeft in 2023 geleid tot een verbreding van de bestuurlijke basis. Hierdoor is ook een breder draagvlak ontstaan voor het werk van SKILZ. Het bestuur van SKILZ bestaat uit afgevaardigde leden van zes beroepsverenigingen: BPSW, NIP, NVO, NVAVG, Verenso en V&VN. De voorzitter is onafhankelijk en voorgedragen namens de Ervaringsraad.

Het bestuur heeft in 2025 zes keer vergaderd. Belangrijke onderwerpen op de agenda waren het werven van de nieuwe voorzitter, de meerjarenagenda, de voortgang van de richtlijnontwikkeling en het doornemen van de processen en procedures bij SKILZ. Verder zijn het inhoudelijk en financieel jaarverslag vastgesteld. Andere onderwerpen waren onder meer de wijzigingen in het Samenwerkingsverband Richtlijnen Infectiepreventie (SRI) waar SKILZ in participeert, het beleidsplan, disseminatie en implementatie en de ontwikkelingen binnen de drie raden.

Ieder jaar vindt er bestuurlijk overleg plaats met de afzonderlijke beroepsverenigingen die in het bestuur zijn vertegenwoordigd. Onder meer staat de samenwerking en de disseminatie en implementatie van richtlijnen op de agenda.

Het bestuur en de directeur van SKILZ voeren overleg met de directie Langdurige zorg van VWS. Tijdens de gesprekken komen de voortgang en de ontwikkelingen bij SKILZ ter sprake. SKILZ ervaart veel steun vanuit het ministerie van VWS.

1.2 Bureau

Bij het bureau van SKILZ hebben enkele wijzigingen plaatsgevonden. Vanwege onze wens om van grotere betekenis te kunnen zijn bij de disseminatie van de kennis uit de richtlijnen, hebben we Nastassja Tijssen als marketingcommunicatiespecialist aangenomen. Eind 2025 waren er twaalf medewerkers bij SKILZ in dienst. De taken op het gebied van financiën worden vervuld door een controller die deze taken als ZZP’er uitvoert.

SKILZ is een lerende organisatie. Er zijn intern workshops georganiseerd, zoals over AI in relatie tot richtlijnontwikkeling. SKILZ is door het ministerie van VWS gevraagd om vanuit het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg een screeningsinstrument te ontwikkelen gericht op onder meer duurzaamheid en arbeidsintensiviteit. Daarnaast besteedt SKILZ bij het ontwikkelen van richtlijnen aandacht aan het toepassen van eenvoudig taalgebruik, inclusiviteit en het steeds up-to-date houden van de SKILZ-richtlijnmethode die is gebaseerd op de AQUA-leidraad. SKILZ participeert in enkele werkgroepen die de AQUA-leidraad gaan herzien. Dit is een initiatief van het Richtlijnen Netwerk Nederland (RNN). Andere beleidstaken van het bureau zijn de meerjarenagenda, optimalisatie van het richtlijnenplatform en cliëntparticipatie in relatie tot ervaringsdeskundigheid.

1.3 Raden

SKILZ heeft drie raden waarin partijen uit de langdurige zorg zijn vertegenwoordigd. De Ervaringsraad bestaat uit vertegenwoordigers van cliëntenorganisaties, zoals KansPlus, MantelzorgNL en Patiëntenfederatie Nederland. De Partnerraad bestaat uit vertegenwoordigers van de brancheorganisaties Actiz en VGN en enkele landelijke spelers zoals het Zorginstituut Nederland (ZiN) en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). De Adviesraad bestaat uit vertegenwoordigers van beroepsverenigingen, wetenschappelijke gremia zoals de koepels van de academische werkplaatsen en enkele onderwijspartijen. Via de raden raadpleegt SKILZ het veld over knelpunten in de langdurige zorg waarvoor een nieuwe richtlijn een oplossing kan bieden. De raden denken ook mee over de disseminatie en implementatie van de richtlijnen. Verder is gesproken over de inrichting en de toekomstige agenda van de raden. In 2025 hebben de Adviesraad en Ervaringsraad twee keer vergaderd. Met de leden van de Partnerraad zijn in het voorjaar afzonderlijke gesprekken gevoerd. Verder is de Partnerraad één keer digitaal bijeengekomen.

2. SKILZ-beleid

2.1 SKILZ-richtlijnmethode

Om op de juiste manier richtlijnen te ontwikkelen, heeft SKILZ haar werkwijze in een eigen richtlijnmethode beschreven. Deze is gebaseerd op de AQUA-leidraad. Jaarlijks wordt bekeken of de SKILZ-werkwijze nog actueel is of aangepast moet worden op basis van de eigen ervaringen of inzichten vanuit het Richtlijnen Netwerk Nederland (RNN).

2.2 Meerjarenagenda

In 2023 heeft SKILZ haar eerste meerjarenagenda gepubliceerd. Elk jaar kunnen door het bestuur vastgestelde thema’s aan de meerjarenagenda worden toegevoegd. Potentiële thema’s voor de meerjarenagenda van SKILZ worden aangedragen door de leden van de raden, de beroepsverenigingen, via een LinkedIn-oproep of vanuit het bureau of bestuur van SKILZ. Ook vindt afstemming plaats met RAILZ en andere partijen om dubbel werk te voorkomen. In 2025 is het proces meerjarenagenda voor de toekomstige werkagenda in de periode 2027-2030 opgestart. Het proces wordt in 2026 afgerond.

2.3 Disseminatie- en implementatiestrategie

In 2025 is SKILZ verdergegaan met het uitrollen van haar disseminatie- en implementatiestrategie. De interne procesbeschrijving voor disseminatie en implementatie is geactualiseerd. SKILZ werkt voor de verspreiding van de kennis uit de richtlijnen samen met de betreffende beroepsverenigingen, cliëntenvertegenwoordigers, brancheverenigingen, onderwijsorganisaties en andere stakeholders. Al deze groepen worden bij de publicatie van nieuwe richtlijnen uitgebreid geïnformeerd over de richtlijnen zelf en de bijbehorende hulpmiddelen zoals posters, stroomschema’s en samenvattingenkaarten. Aan hen wordt gevraagd de informatie via hun communicatiekanalen onder hun achterban te verspreiden. Hier wordt steeds op grote schaal gehoor aan gegeven en de communicatie over de verschenen richtlijnen is onder meer via LinkedIn goed opgepakt en gedeeld. Ook organiseert SKILZ webinars over de gepubliceerde richtlijnen. Deze kunnen live worden bijgewoond of achteraf via het YouTube-kanaal van SKILZ worden teruggekeken. Ten slotte participeert SKILZ in de RNN-werkgroep over Implementatie en hoopt vanuit gezamenlijke discussies en oplossingsstrategieën meer te kunnen leren over het vergroten van ons bereik en het stimuleren van het toepassen van de kennis uit onze richtlijnen.

2.4 Inclusie en richtlijnen

De SKILZ-richtlijnen worden geschreven om goede zorg te kunnen leveren aan een grote groep cliënten die langdurige zorg nodig heeft. De cliëntengroep is divers op het gebied van onder meer culturele achtergrond, leeftijd en geslacht. SKILZ werkt aan het meer inclusief opstellen van de richtlijnen en procesbegeleiders hebben hiervoor workshops gevolgd. Ook bij het ontwikkelen van hulpmiddelen wordt bewust rekening gehouden met inclusiviteit. Dit gebeurt bijvoorbeeld door afbeeldingen en illustraties te gebruiken die cliënten over het hele spectrum representeren. Ook besteedt SKILZ bij het taalgebruik extra aandacht aan genderneutrale voornaamwoorden, waarbij ‘zijn’ of ‘haar’ wordt vervangen door ‘diens’. SKILZ heeft een interne leidraad geschreven over inclusie en diversiteit voor richtlijnontwikkeling.

2.5 Cliëntbetrokkenheid en richtlijnen

In de richtlijnontwikkeling wordt gebruikgemaakt van drie soorten bewijs: wetenschappelijk bewijs, expertise uit de praktijk door zorgverleners, en waarden en ervaringen van cliënten. Deze drie perspectieven zijn nodig om een goede richtlijn te kunnen ontwikkelen. SKILZ beoogt cliënten bij alle fasen van de richtlijnontwikkeling te betrekken door middel van consultatie en/of participatie. Bij consultatie kan worden gedacht aan vragenlijsten onder cliënten, interviews met cliënten of een eenmalige focusgroep met cliënten. Onder participatie vallen cliëntengroepen en cliëntvertegenwoordigers die deelnemen aan een werkgroep. De Ervaringsraad stimuleert SKILZ om cliënten op het juiste moment en op het juiste niveau te betrekken, rekening houdend met hun ervaringen en de mate van ervaringsdeskundigheid. In 2025 is gewerkt aan de voorbereidingen voor een traject met de procesbegeleiders en de Ervaringsraad om in 2026 de cliëntbetrokkenheid bij de SKILZ-richtlijnen te verfijnen.

2.6 Wetenschappelijk onderzoek en richtlijnen

Binnen het richtlijntraject van de richtlijn Seksualiteit en Intimiteit is in 2025 aangesloten bij het pilot-onderzoek van een Just-In-Time (JIT) -training. Dit is een training voor werkgroepleden over het richtlijntraject en hoe je een richtlijn ontwikkelt. Het doel van de training is om werkgroepleden de benodigde handvatten te geven om hun taken uit te voeren tijdens het traject. Het just-in-time-element zorgt ervoor dat de werkgroepleden op het juiste moment de begeleiding krijgen die nodig is voor hun (volgende) taak. De JIT-training was onderdeel van een promotieonderzoek dat in 2025 werd afgerond. Het Richtlijnen Netwerk Nederland (RNN) neemt de JIT-training in haar beheer en gaat in 2026 een doorstart organiseren. SKILZ wil hieraan meewerken en hoopt in toekomstige richtlijntrajecten standaard de JIT-training te kunnen aanbieden aan werkgroepleden.

SKILZ participeert in twee onderzoeksprojecten van het AmsterdamUMC. Ten eerste in de werkgroep Visievorming richtlijnontwikkeling. Deze werkgroep ontwikkelt een visiedocument waarin partijen in zorg en publieke gezondheid hun gedeelde koers naar moderne en duurzame richtlijnontwikkeling schetsen. Dit project is gestart in 2025 en zal medio 2026 worden afgerond. Ten tweede participeert SKILZ in de werkgroep van de herziening van de AQUA-leidraad. Dit is een landelijke leidraad voor richtlijnontwikkeling. Dit project is gestart in 2025 en zal eind 2026 worden afgerond.

2.7 Subsidie van het ministerie van VWS

SKILZ krijgt subsidie voor de ontwikkeling van richtlijnen en handreikingen van het ministerie van VWS. De subsidie omvat het volgende:

  • Het ontwikkelen van nieuwe richtlijnen op basis van de meerjarenagenda van SKILZ.
  • Het herzien van de richtlijn ‘Probleemgedrag bij mensen met een verstandelijke beperking’.
  • Het ontwikkelen van een richtlijn over het zorgvuldig omgaan met drang en herkennen en voorkomen van verzet.
  • Het opstellen plan van aanpak en agenda voor beheer en herziening van opgeleverde richtlijnen en handreikingen.
  • Het evalueren van het gebruik van de opgeleverde richtlijnen (3-5 jaar na oplevering).
  • Het voortzetten van de herziening en domeinspecificatie van richtlijnen infectiepreventie vanuit het SRI.
  • Het leveren van een bijdrage aan disseminatie en implementatie van de richtlijnen.

SKILZ is het ministerie van VWS zeer erkentelijk voor de steun. SKILZ werkt gestaag en voortvarend aan bovenstaande agenda.

3. Verspreiden van kennis over richtlijnen

3.1 Digitaal platform Richtlijnen Langdurige Zorg

In 2025 is het digitale platform www.richtlijnenlangdurigezorg.nl verder doorontwikkeld. Zowel aan de voorzijde van het systeem (website, platform) als aan de achterkant (de digitale werkomgeving voor de ontwikkeling van de richtlijnen) zijn aanpassingen gedaan:

  • De ontwikkelomgeving voor werkgroepleden is aangepast; deze is overzichtelijker en bevat ook een (korte) instructie.
  • In de ontwikkelomgeving is een extra tabblad gerealiseerd waarin de projectadministratie gedurende het richtlijnontwikkeltraject kan worden opgeslagen. Denk hierbij aan de agenda en verslagen van de werkgroepbijeenkomsten, het projectplan en het literatuurprotocol. Gedurende het ontwikkeltraject kunnen werkgroepleden deze documenten eenvoudig terugvinden en nalezen. Hiermee is ook één plek gerealiseerd voor alle documentatie rondom het richtlijnontwikkelproces.
  • Externe partijen kunnen niet alleen commentaar geven op het niveau van een hoofdstuk of paragraaf, maar kunnen nu ook een stukje tekst selecteren en hun commentaar hierover invoeren. Het aandragen en verwerken van het commentaar is hiermee geoptimaliseerd.

Op het richtlijnenplatform kunnen de gepubliceerde richtlijnen worden doorgenomen, hulpmiddelen worden gedownload en nieuwsberichten over de richtlijnen worden gelezen. De bezoekersaantallen en het aantal paginaweergaven van het platform worden gemonitord. In 2025 waren er in totaal 612.392 weergaven van 51.317 bezoekers. In november werd het platform het meest bezocht, met bijna 77.000 weergaven die maand. In augustus was het platform het rustigste, met ruim 33.000 weergaven.

Aantal paginaweergaven op de website www.richtlijnenlangdurigezorg.nl per maand gedurende 2025.

 

3.2 SKILZ-website, nieuwsbrieven en LinkedIn

Op de SKILZ-website worden artikelen geplaatst met updates over de richtlijnen, interviews met werkgroepleden, factsheets, de Vraag van de maand en oproepen voor het invullen van vragenlijsten. Ook kunnen bezoekers op SKILZ.nu lezen over de richtlijnen die nog in ontwikkeling zijn en is er informatie over de stichting te vinden. De bezoekersaantallen en het aantal paginaweergaven van de SKILZ-website worden gemonitord. In 2025 is de website 42.794 keer bekeken door bijna 16 duizend unieke bezoekers. Gemiddeld bezoeken 1.318 mensen per maand de SKILZ-website waarbij gemiddeld 3.566 pagina’s worden bekeken. In augustus was de website het rustigste met 2.824 weergaven en in maart was de SKILZ-website het drukst bezocht met 5.242 weergaven. Helaas zijn de statistieken in januari niet correct gemonitord wegens een technische fout en konden deze statistieken dan ook niet worden meegenomen in het totaal.

Aantal paginaweergaven op de website www.SKILZ.nu per maand gedurende 2025.

SKILZ brengt maandelijks een nieuwsbrief uit. In deze nieuwsbrief worden de artikelen van de SKILZ-website opgenomen samen met eventuele andere nieuwswaardigheden. Het bereik van de SKILZ-nieuwsbrief is in 2025 toegenomen van 578 abonnees naar 662 abonnees; een toename van zo’n 15%. Vanuit het richtlijnenplatform worden ook nieuwsbrieven verstuurd. Dit is niet volgens een vaste planning, maar de nieuwsbrieven worden ingepland wanneer er relevant nieuws is voor de abonnees zoals de publicatie van een nieuwe richtlijn. Het aantal abonnees van deze richtlijnennieuwsbrief is in 2025 toegenomen van 823 naar 1.267, een stijging van meer dan 50%.

De onderwerpen uit de nieuwsbrief worden ook op de LinkedIn-bedrijfspagina gedeeld. Het aantal LinkedIn-volgers van SKILZ is gestegen van 2.274 naar 2.786 (een toename van ruim 20%). SKILZ beheert ook de SRI-LinkedIn-pagina en plaatst hier berichten over onder meer publicaties van de SRI-richtlijnen. Dit aantal abonnees is verder gestegen naar 1.374 volgers.

3.3 Testen van richtlijnkennis

SKILZ heeft, net als in 2024, in 2025 een bijdrage geleverd aan de Grote Zorgtest van V&VN. SKILZ levert namelijk meerkeuzevragen aan over haar richtlijnen. Deelnemers aan de Grote Zorgtest (vooral verpleegkundigen, verzorgenden en helpenden) worden drie keer per week per e-mail bevraagd op hun actuele kennis. Ook de Vraag van Vandaag van Verenso geeft aandacht aan de richtlijnen van SKILZ. Er worden vragen gesteld over de inhoud van zowel SKILZ- als SRI-richtlijnen. Deelnemers aan dit kennisspel ontvangen twee keer per week een vraag in de mailbox.

SKILZ heeft zelf de Vraag van de maand. Dit is een soortgelijke vraag over een richtlijnonderwerp die in de maandelijkse SKILZ-nieuwsbrief verschijnt. Ook hiermee kunnen de lezers hun kennis over de informatie uit de richtlijn testen. De Vraag van de maand wordt goed ontvangen. SKILZ is blij dat de richtlijnen hierdoor goed voor het voetlicht worden gebracht.

3.4 SKILZ-webinars
In 2025 heeft SKILZ twee webinars georganiseerd. Tijdens deze webinars kwamen werkgroepleden aan het woord die een toelichting gaven op de richtlijnen met daarbij een zoveel mogelijk praktische insteek. Belangrijke punten uit de richtlijn werden uitgelicht en vragen die in het veld leefden over de implementatie werden beantwoord.

  • Op 1 april vond de SKILZ-webinar over de richtlijn ’Gezonde slaap en slaapproblemen’ plaats, met 309 deelnemers. Oud-voorzitter van de richtlijn Dederieke Maes-Festen startte de webinar met de knelpunten en hoogtepunten van de richtlijn. Vervolgens werd een belangrijk onderdeel van de richtlijn toegelicht: goede slaapzorg in zorgorganisaties. Goede slaapzorg is een basisvoorwaarde voor het verbeteren van slaap. Om de slaap van cliënten nog verder te verbeteren, werd de mogelijke aanpak van slaapproblemen beschreven. In twee vragenrondes met vooraf ingestuurde vragen van deelnemers werden vragen uit de praktijk behandeld.
  • Op 4 juni vond de SKILZ-webinar over de richtlijn ‘Obstipatie’ plaats, met 124 deelnemers. Na een korte introductie werd de richtlijn toegelicht aan de hand van een quiz en twee praktijkcasussen: een oudere vrouw met dementie en een man met een ernstige verstandelijke beperking. Hierbij kwamen risicofactoren, signalen en interventies bij obstipatie aan bod. De webinar werd afgesloten met vragen voor de sprekers en een toelichting op de beschikbare hulpmiddelen.

Beide webinars zijn opgenomen en achteraf op het SKILZ-kanaal van YouTube geplaatst (www.youtube.com/@skilzbureau). Hier zijn ze honderden keren bekeken. NVO, NIP en de academische werkplaats UNO brengen voor hun achterban verdiepende webinars uit over de SKILZ-richtlijnen. Het streven is om uiteindelijk voor elke gepubliceerde richtlijn een webinar uit te brengen.

3.5 Deelname aan congressen

SKILZ heeft in 2025 op diverse congressen en symposia presentaties gehouden om de kennis uit de richtlijnen te verspreiden.

  • Op 24 juni presenteerde de voorzitter van de werkgroep ‘Bewegen als gewoonte in de langdurige zorg’ de richtlijn op het internationale AAIDD[1]-congres voor onderzoekers, zorgprofessionals en beleidsmakers.
  • Op maandag 30 juni was SKILZ aanwezig op het congres Waardigheid en Trots, waar een werkgroeplid namens SKILZ een workshop gegeven over de richtlijn ‘Bewegen als gewoonte in de langdurige zorg’.
  • Van 16 t/m 19 september was SKILZ aanwezig op het internationale Guidelines International Network (GIN). Twee procesbegeleiders woonden namens SKILZ diverse presentaties bij over actuele thema’s, zoals AI-tools, storytelling en korte video’s, duurzaamheid en impact van zorg, en het behouden van geloofwaardigheid in de wetenschap in tijden van wantrouwen. Ook gaven de procesbegeleiders twee presentaties. Eén presentatie ging over de domeinspecificering van generieke SRI-richtlijnen naar richtlijnen specifiek voor de langdurige zorg. De andere presentatie ging over de Nederlandse vertaling van de PANELVIEW-vragenlijst, waarmee werkgroepleden het ontwikkelproces van richtlijnen kunnen evalueren.
  • Op 2 oktober was SKILZ aanwezig bij Rezisto (onderdeel van de AMR-Zorgnetwerken[2]). Hier heeft SKILZ een workshop gegeven over de ontwikkeling van de SRI-richtlijnen, de domeinspecificering van de SRI-richtlijnen en hoe men de richtlijnen kan implementeren. Ook de verschillende hulpmiddelen die SKILZ ontwikkelt en het richtlijnenplatform werden getoond tijdens de workshop.
  • Op 4 november is een workshop gegeven over de richtlijn ‘Zingevende daginvulling’ op het Zoek het uit! Congres 2025.
  • Op 13 november was SKILZ aanwezig bij het symposium ‘Pijn bij mensen met een verstandelijke beperking’ in Nijkerk. Dit symposium werd mede georganiseerd door SKILZ en gaf zorgprofessionals inzicht in de vernieuwde richtlijn en hoe deze aansluit bij de praktijk. Daarnaast bood het zorgprofessionals workshops over methodisch en interdisciplinair werken, aandacht voor pijnsignalering en het opstellen van een pijnsignaleringsplan, informatie over niet-medicamenteuze interventies bij pijn en stress en strategieën voor implementatie binnen zorgorganisaties.
  • Op donderdag 20 november 2025 vond het vijfde SRI-symposium plaats in Breukelen. Het congres is georganiseerd vanuit het Samenwerkingsverband Infectiepreventie waarin FMS, RIVM en SKILZ participeren. Tijdens het congres stonden verschillende perspectieven en risico’s in de zorg centraal. Vanuit ethiek, patiënt-/cliëntenzorg, microbiologie en beleid gingen deskundigen in op hoe we omgaan met risico’s met betrekking tot infectiepreventie en welke rol richtlijnen hierbij spelen. Ook was er aandacht voor de doorwerking van deze perspectieven in richtlijnontwikkeling, implementatie en juridische kaders.
  • Op 15 december is op het PA!N-congres in Veenendaal aandacht geschonken aan de richtlijn ‘Pijn bij volwassenen met een verstandelijke beperking’.
  • Daarnaast hebben vele leden van de werkgroepen op hun werk en tijdens overige congressen aandacht gevraagd voor de SKILZ-richtlijnen.

3.6 Implementatie van reeds gepubliceerde richtlijnen

Zorgaanbieders vervullen een faciliterende, maar zeer belangrijke rol bij disseminatie en implementatie. Zij kunnen de nieuwe handreikingen en richtlijnen opnemen in het scholingsaanbod en zorgdragen dat kwaliteitsmedewerkers met het aanbod aan de slag gaan. Cliëntenvertegenwoordigers kunnen ook een belangrijke rol vervullen in de informatievoorziening, zodat cliënten en mantelzorgers weten waar informatie over goede zorg te vinden is. SKILZ ondersteunt dit door bij elke richtlijn een samenvattingskaart voor zorgverleners en informatiekaart voor cliënten en naasten te ontwikkelen. Daarnaast worden er bij veel richtlijnen aanvullende hulpmiddelen ontwikkeld, afhankelijk van wat passend is en waar vraag naar is. Dit zijn bijvoorbeeld posters, gesprekskaarten, beslisbomen of stroomschema’s. Deze hulpmiddelen vereenvoudigen de implementatie van de richtlijn door praktische tools te bieden.

Per gepubliceerde richtlijn zijn er naast de congresdeelnames en webinars verschillende aanvullende implementatie-acties ondernomen in 2025:

  • Bewegen als gewoon in de langdurige zorg: er is een artikel geschreven voor het Tijdschrift Nurse Academy (publicatie in 2026) en het tijdschrift Fysiopraxis (publicatie september 2025). Ook is een wetenschappelijke publicatie geschreven over de richtlijn en de ontwikkeling hiervan (publicatie in 2026).
  • Obstipatie: er is een artikel geschreven voor het tijdschrift Nurse Academy (gepubliceerd februari 2025), SKILZ heeft naast de eerder genoemde webinar over de richtlijn extra hulpmiddelen ontwikkeld, zoals een cliëntenboekje. V&VN heeft een stappenplan, zakkaartje en posters ontwikkeld voor de V&VN-doelgroep.
  • SRI-richtlijnen: er is een artikel over SRI-richtlijnen geschreven voor het Tijdschrift Nurse Academy (deze wordt in 2026 gepubliceerd).
  • Zingevende daginvulling: er is een artikel geschreven voor het Tijdschrift Nurse Academy (volume 3, jaargang 2025) en het tijdschrift De Pedagoog (publicatie april 2025).

Tevens is een algemeen artikel gepubliceerd over Het belang van multidisciplinaire richtlijnen in de langdurige ouderenzorg door R. Kieboom, F. Aanhane en M van der Waal in het tijdschrift Ouderenpsychologie (jaargang 1, nummer 4).

4. Overzicht SKILZ-richtlijnen

In 2025 zijn drie nieuwe richtlijnen gepubliceerd: ‘Zingevende daginvulling’, ‘Bewegen als gewoonte in de langdurige zorg’ en ‘Pijn bij mensen met een verstandelijke beperking’. Daarnaast is gewerkt aan diverse andere richtlijnen. De volgende richtlijnen bevinden zich in de ontwikkel- of afrondende fase:

  • Eenzaamheid in de langdurige zorg.
  • Het zorgvuldig omgaan met drang en het herkennen en voorkomen van verzet.
  • Pijn bij ouderen.
  • Probleemgedrag bij mensen met dementie.
  • Probleemgedrag bij mensen met een verstandelijke beperking.
  • Medische begeleiding van volwassenen met downsyndroom.
  • Seksualiteit en intimiteit.
  • Signaleren van lichamelijke gezondheidsproblemen bij mensen met een verstandelijke beperking.
  • Veroudering bij mensen met een verstandelijke beperking.
  • Verslaving.

Daarnaast is gestart met het ontwikkeltraject van de richtlijn ‘Probleemgedrag bij mensen met dementie’. Ook is gestart met de herziening van een module bij de handreiking ‘Beslisvaardigheid en wilsbekwaamheid’ en wordt gewerkt aan aanvullende modules bij de richtlijn ‘Medische begeleiding van volwassenen met downsyndroom’. Het ontwikkeltraject van de richtlijn ‘Delier bij mensen met een verstandelijke beperking’ is stopgezet.

4.1 Beslisvaardigheid en wilsbekwaamheid

In het voorjaar van 2025 kwam vanuit het veld het signaal en verzoek om module 4 van de handreiking ‘Beslisvaardigheid en wilsbekwaamheid’ te herzien. Er werd onduidelijkheid ervaren over de relatie tussen het KNMG-standpunt over euthanasie bij dementie, en de formulering in de handreiking over de relatie tussen de actuele wens van de cliënt en de euthanasieverklaring. De werkgroep heeft daarom gewerkt aan een verduidelijking die recht doet aan de bedoeling van de oorspronkelijke tekst, die aansluit bij de eerder met de KNMG afgestemde uitleg en beter houvast biedt voor professionals in de praktijk. Eind 2025 was de herziene module aangepast en klaar om te worden voorgelegd aan het veld voor extern commentaar.

 

4.2 Bewegen als gewoonte in de langdurige zorg

Begin 2025 heeft de commentaarronde van de richtlijn ‘Bewegen als gewoonte in de langdurige zorg’ plaatsgevonden. In mei 2025 is het commentaar besproken met de werkgroep. De maanden daarna zijn de puntjes op de i gezet en is de richtlijn afgerond. De zomer van 2025 stond de richtlijn uit voor autorisatie. Ondertussen werden er verschillende hulpmiddelen ontwikkeld zoals de een inspiratieposter met eenvoudige manieren om meer te bewegen, de beweegkalender en een overzicht van technologieën die het bewegen kunnen stimuleren of ondersteunen. In september 2025 is de richtlijn gepubliceerd.

4.3 Delier bij mensen met een verstandelijke beperking

SKILZ heeft in het voorjaar van 2025 een knelpunteninventarisatie uitgevoerd op het gebied van delier bij mensen met een verstandelijke beperking. Op basis van de uitkomsten van de knelpunteninventarisatie heeft SKILZ besloten om het belangrijkste knelpunt – het herkennen en signaleren van een delier – op te nemen in een andere richtlijn, namelijk de richtlijn ‘Signaleren van lichamelijke gezondheidsproblemen bij mensen met een verstandelijke beperking’. Andere knelpunten, zoals het gebruik van meetinstrumenten en de inzet van niet-medicamenteuze behandelingen, worden grotendeels behandeld in bestaande richtlijnen over delier. Geconcludeerd is dat een specifieke richtlijn over de gevonden knelpunten voor de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking en een delier van beperkte meerwaarde is. Daarom is besloten geen aparte richtlijn te ontwikkelen. Mocht in de toekomst blijken dat er meer behoefte is aan verdieping op deze knelpunten, dan zal SKILZ overwegen hier alsnog iets voor te ontwikkelen.

4.4 Eenzaamheid in de langdurige zorg

In het najaar van 2023 is gestart met de ontwikkeling van de richtlijn ‘Eenzaamheid in de langdurige zorg’, die zich richt op cliënten in een verpleeghuis of zorginstelling. In 2024 en 2025 is door de werkgroep en cliëntengroep gewerkt aan de inhoud van de richtlijn. Het afgelopen jaar stond in het teken van het afwegen van de resultaten van het literatuuronderzoek om zo tot de aanbevelingen te komen. Hiervoor is de werkgroep vijf keer bijeengekomen en de cliëntengroep drie keer. Ook is de klankbordgroep tweemaal geraadpleegd. De werkgroep heeft aanvullend interviews over eenzaamheid uitgevoerd bij cliënten in hun omgeving. Er is gekozen voor een extra hoofdstuk over goede zorg rondom eenzaamheid. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de basis van het bijstaan van cliënten in hun eenzaamheid, zonder dat eenzaamheid kan en hoeft opgelost te worden, en rekening houdend met professionele grenzen. Aan het eind van 2025 is de richtlijn ter commentaar voorgelegd aan de relevante partijen. De verwachting is dat in 2026 het commentaar kan worden verwerkt, hulpmiddelen worden ontwikkeld en de richtlijn na autorisatie kan worden gepubliceerd.

4.5 Pijn bij ouderen

Halverwege 2025 is gestart met de ontwikkeling van de richtlijn ‘Pijn bij ouderen’. De werkgroep wordt hierbij ondersteund door een klankbordgroep en een cliëntengroep. Er is een knelpunteninventarisatie uitgevoerd en de werkgroep heeft een raamwerk opgesteld waarin de toekomstige modules en uitgangsvragen zijn uitgewerkt. Aan de hand van feedback van de klankbordgroep en cliëntengroep is dit raamwerk vervolgens aangescherpt. Verder is er een literatuurprotocol opgesteld voor de uitgangsvragen die met wetenschappelijk literatuuronderzoek worden beantwoord. In 2026 zal de werkgroep de inhoud van de richtlijn verder uitwerken en de resultaten uit het literatuuronderzoek bespreken. De verwachting is dat de richtlijn halverwege 2027 wordt gepubliceerd.

“Er is sinds 2011 zelfs een nieuwe pijnsoort ‘bijgekomen’. We hadden nociceptieve pijn, dat is pijn door weefselschade, en neuropathische pijn, pijn door zenuwletsel. Maar we wisten natuurlijk al langer van mensen met chronische pijn dat er ook een derde soort is. Die pijn noemen we tegenwoordig nociplastische pijn: pijn die pijn genereert, zou je kunnen zeggen. Mede hierdoor is de huidige richtlijn niet meer up- to-date.” – Wilco Achterberg, voorzitter van de richtlijn ‘Pijn bij ouderen’.

4.6 Pijn bij mensen met een verstandelijke beperking

De richtlijn ‘Pijn bij mensen met een verstandelijke beperking’ bevat modules over methodisch werken, signaleren, (sub)acute pijn, chronische pijn en organisatie van zorg. In april 2025 is de richtlijn in commentaar gegaan en in juni is het opgehaalde commentaar tijdens een laatste werkgroepbijeenkomst besproken. Vervolgens zijn tijdens de autorisatiefase de laatste puntjes op de i gezet wat betreft de ontwikkeling van de verschillende hulpmiddelen en afgeleide producten bij de richtlijn. Zo bevat de richtlijn onder andere verschillende stroomschema’s, casuskaarten, een format voor een pijnsignaleringsplan, een format voor een interdisciplinair overleg en een uitgebreid overzicht van aandachtspunten bij de zorg voor pijn bij verschillende subgroepen. De richtlijn is in oktober 2025 gepubliceerd.

De inhoud kon meteen worden toegepast op het symposium Pijn bij mensen met een verstandelijke beperking (13 november in Nijkerk). Met behulp van de nieuwe richtlijn werden vragen beantwoord zoals: hoe kunnen zorgprofessionals pijn herkennen bij mensen die moeilijk in woorden kunnen uitdrukken wat ze voelen? Welke factoren zijn cruciaal bij het signaleren, diagnosticeren en behandelen van pijn? En: hoe kunnen zorgprofessionals effectief handelen om pijn te verlichten en de levenskwaliteit van cliënten te verbeteren?

4.7 Probleemgedrag bij mensen met dementie

In 2025 is gestart met de herziening van de richtlijn ‘Probleemgedrag bij mensen met dementie’ van Verenso/NIP uit 2018. Verenso/RAILZ herziet het farmacologische aspect van de oorspronkelijke richtlijn en dat onderdeel zal niet worden meegenomen in de SKILZ-herziening. Het doel van SKILZ is de richtlijn herzien en (nog) meer multidisciplinair toepasbaar maken voor alle zorgprofessionals betrokken bij de zorg van mensen met dementie. In 2025 is de werkgroep grotendeels gevormd en heeft het eerste deel van de knelpunteninventarisatie plaatsgevonden, waarbij is gevraagd naar de ervaringen met de huidige richtlijn. In 2026 vindt het tweede deel van de knelpunteninventarisatie plaats, waarbij breder wordt gevraagd naar ervaren knelpunten rondom het thema. Ook zal het raamwerk voor de richtlijn worden vastgesteld, evenals het literatuurprotocol. De werkgroep, cliëntengroep en klankbordgroep zullen verder vorm krijgen, het literatuuronderzoek wordt opgestart en de resultaten zullen in werkgroepbijeenkomsten worden besproken.

4.8 Probleemgedrag bij volwassenen met een verstandelijke beperking

In 2025 is gestart met de herziening van de richtlijn ‘Probleemgedrag bij volwassenen met een verstandelijke beperking’ van de NVAVG uit 2019. In de zomer van 2025 is de werkgroep gevormd en heeft de knelpunteninventarisatie plaats gevonden. Het raamwerk is in het najaar van 2025 vastgesteld. Begin 2026 zal er gestart worden met het literatuuronderzoek en zullen de eerste inhoudelijke bijeenkomsten met de werkgroep plaatsvinden. De publicatie van de herziening van de richtlijn wordt verwacht in 2027.

4.9 Medische begeleiding van volwassenen met downsyndroom

In april 2025 is de richtlijn ‘Medische begeleiding van volwassen met downsyndroom’ uitgestuurd voor commentaar. De richtlijn behandelt thema’s als veroudering, dementie en depressie bij volwassenen met downsyndroom en de continuïteit van zorg. Bij de start van het traject is bepaald dat deze thema’s als eerste zouden worden opgepakt bij de richtlijn voor volwassenen. Het commentaar is verwerkt en de richtlijn is in december uitgestuurd voor autorisatie. Naar verwachting wordt de richtlijn begin 2026 gepubliceerd en gaat een werkgroep aan de slag met aanvullende modules voor de richtlijn.

Verder is SKILZ halverwege 2025 ook gestart met de voorbereidingsfase voor het vervolgtraject van deze richtlijn. In dit vervolgtraject zullen nieuwe modules over andere belangrijke thema’s aan de richtlijn worden toegevoegd. In juli is een invitational conference georganiseerd om actuele knelpunten op te halen en later in het jaar is een verdiepende vragenlijst uitgestuurd onder inhoudsdeskundigen.

4.10 Seksualiteit en intimiteit

Begin 2024 is gestart met de ontwikkeling van de richtlijn ‘Seksualiteit en intimiteit’, waarbij een positieve benadering hiervan centraal staat. In 2025 lag de focus op het literatuuronderzoek en het interpreteren van de resultaten hiervan om zo tot een conceptrichtlijn te komen. De werkgroep is hiervoor zeven keer bijeengekomen en ook de klankbordgroep en cliëntenadviesgroep zijn meerdere malen geraadpleegd. Verder heeft de werkgroep interviews uitgevoerd onder cliënten in hun eigen woonomgeving. Eind 2025 is de richtlijn ter commentaar voorgelegd aan de relevante partijen. In 2026 zal het commentaar worden besproken en verwerkt, waarna hulpmiddelen worden ontwikkeld en de richtlijn ter autorisatie aan de relevante partijen zal worden voorgelegd.

“In een instelling is privacy soms ingewikkeld. Is er gelegenheid voor intimiteit in een instelling waar voortdurend mensen aan deuren kloppen of zelfs zomaar binnen komen lopen?” Riët Daniël, werkgroeplid van de richtlijn ‘Seksualiteit en intimiteit’.

4.11 Signaleren van lichamelijke gezondheidsproblemen bij mensen met een verstandelijke beperking

Begin 2025 vond de eerste werkgroepbijeenkomst voor de richtlijn ‘Signaleren van lichamelijke gezondheidsproblemen bij mensen met een verstandelijke beperking’ plaats en in de loop van 2025 heeft de werkgroep de inhoud verder uitgewerkt. De richtlijn betreft een herziening van de in 2015 ontwikkelde richtlijn ‘Signaleren van lichamelijke problemen bij volwassenen met een verstandelijke beperking’ van V&VN. Tijdens een heidag in november 2025 is de volledige richtlijn gezamenlijk doorgenomen en zijn de aanbevelingen verder aangescherpt.  Naar verwachting wordt de richtlijn in het voorjaar van 2026 aangeboden voor de externe commentaarronde en halverwege 2026 gepubliceerd.

“Medewerkers moeten een gevoeligheid ontwikkelen voor gedrag en afwijkende zaken. En dit kunnen rapporteren op een gedetailleerde, voor anderen bruikbare manier. Alleen zo krijg je als team inzicht hoe lichamelijke problemen zich ontwikkelen.” – Sandra de wit, voorzitter van de richtlijn ‘Signaleren van lichamelijke gezondheidsproblemen bij mensen met een verstandelijke beperking’.

4.12 Het zorgvuldig omgaan met drang en het herkennen en voorkomen van verzet

Het ministerie van VWS heeft SKILZ gevraagd een richtlijn te ontwikkelen over drang en verzet. Begin 2025 kwamen de resultaten binnen van de laatste inhoudelijke feedbackronde van onder andere de werkgroep, de klankbordgroep en de cliëntenklankbordgroep. Er waren veel reacties over het gebruik van het begrip ‘drang’. SKILZ, VWS en de werkgroep hebben meerdere overleggen gehad met onder andere de cliëntenvertegenwoordigers. Na verschillende discussies over het gebruik van de term ‘drang’ is besloten om de richtlijn in oktober uit te sturen voor commentaar. Op deze manier kan een breder perspectief vanuit de zorgsector verzameld worden. Begin 2026 wordt deze commentaarronde afgesloten en zullen opnieuw gesprekken plaatsvinden tussen SKILZ, VWS, de werkgroep, partijen uit het veld en cliëntvertegenwoordigers. Daarna zal opnieuw geëvalueerd worden hoe de richtlijn verder wordt ingestoken.

4.13 Veroudering bij mensen met een verstandelijke beperking

In 2025 is volop gewerkt aan de conceptteksten van de richtlijn ‘Veroudering bij mensen met een verstandelijke beperking’. De richtlijn bestaat uit vier modules: kenmerken en signalen van veroudering, screenen op leeftijdsgerelateerde aandoeningen, evalueren van veroudering en begeleiden en ondersteunen van veroudering. Er zijn vijf werkgroepbijeenkomsten geweest, waaronder een heidag waarin de eerste conceptteksten van alle modules werden besproken. Deze richtlijn baseert zijn aanbevelingen in sterke mate op andere bestaande richtlijnen en expertise in de werkgroep en andere experts in het veld. De richtlijn gaat voor de zomer van 2026 in commentaarronde en wordt naar verwachting eind 2026 gepubliceerd.

Iedereen wordt ouder, dus ook mensen met een verstandelijke beperking. Maar deze groep heeft op jongere leeftijd vaak al gezondheidsproblemen en die worden erger naarmate zij ouder worden. Het onderzoek naar dit onderwerp loopt erg achter. Een van de redenen hiervoor is dat mensen zelf vaak geen toestemming kunnen geven voor deelname aan een onderzoek. Hierdoor is de zorg minder wetenschappelijk onderbouwd dan voor andere doelgroepen. Terwijl deze mensen juist complexe gezondheidsproblemen hebben. (…) Door het samenbrengen van wetenschappelijke kennis en praktijkervaring kun je zorgverleners handvatten geven.” – Dederieke Festen, voorzitter van de richtlijn Veroudering.

4.14 Verslaving

In april 2025 vond de eerste werkgroepbijeenkomst voor de richtlijn ‘Verslaving’ plaats. Daarna zijn er in 2025 nog vijf werkgroepbijeenkomsten geweest waarin subgroepen zijn gevormd en is gestart met het verder uitwerken van de modules. Daarnaast is het literatuuronderzoek voor drie uitgangsvragen uitgewerkt. Naast de werkgroep zijn ook een klankbordgroep en een cliëntengroep samengesteld. De klankbordgroep heeft schriftelijk feedback gegeven op een aantal onderwerpen van de richtlijn en de cliëntengroep heeft in een online bijeenkomst de eerste modules besproken. In 2026 zullen nog een aantal bijeenkomsten plaatsvinden waarin onder meer zal worden nagedacht over hulpmiddelen die de uiteindelijke disseminatie en implementatie van de richtlijn kunnen bevorderen. Daarnaast zullen de klankbordgroep en cliëntengroep opnieuw worden gevraagd om mee te lezen met de conceptrichtlijn. Ook zullen de resultaten van het literatuuronderzoek verwerkt worden in de richtlijn. Naar verwachting wordt de richtlijn eind 2026 gepubliceerd.

“Cliënten in de langdurige zorg vormen een risicogroep voor het ontwikkelen van verslavingsproblematiek. Maar juist in de langdurige zorg zijn verslavingen soms lastig te herkennen. Verslavingssignalen worden soms aangezien voor signalen van veroudering, aandoeningen of medicatie. Terwijl de gevolgen groot kunnen zijn: van orgaanschade tot psychische problemen. (…) Met deze richtlijn willen we een handreiking bieden: hoe kun je als zorgverlener omgaan met verslaving in de dagelijkse praktijk?” – Ytina Wolthuis, voorzitter van de richtlijn ‘Verslaving’.

4.15 Zingevende daginvulling

Eind 2024 is de richtlijn ‘Zingevende daginvulling’ uitgestuurd voor autorisatie. Begin 2025 zijn de hulpmiddelen ontwikkeld behorend bij de richtlijn, waaronder de samenvattingskaart, cliënteninformatiekaart, een poster met een stappenplan voor het opzetten van zingevende daginvulling en bijlages met informatie over de samenwerkingsdriehoek en het diversiteitswiel. In februari 2025 is de richtlijn gepubliceerd.

5. Overzicht SRI-richtlijnen

Het Samenwerkingsverband Richtlijnen Infectiepreventie (SRI) is in 2025 verdergegaan met het ontwikkelen van de diverse infectiepreventierichtlijnen met als doel in 2025 zo veel mogelijk ontwikkeltrajecten af te ronden. SKILZ heeft in 2025 de richtlijn ‘Basishygiëne bij lichaamsverzorging’ en de richtlijn ‘Dieren en planten’ gepubliceerd. Er is verder gewerkt aan de richtlijn ‘Linnengoed’ en de voorzieningsspecifieke richtlijnen voor verpleeghuizen, woonzorgcentra en kleinschalig wonen en een richtlijn voor de voorzieningen voor mensen met een beperking. Daarnaast heeft de kerngroep Langdurige zorg succesvol verder gewerkt aan het domeinspecifiek maken van de generieke richtlijnen. De richtlijnen ‘BRMO’[3], ‘MRSA’[4], ‘Persoonlijke beschermingsmiddelen’, ‘Isolatie’ en ‘Blaaskatheterisatie’ zijn domeinspecifiek gepubliceerd.

Medio 2025 gaf het RIVM aan in het vervolgtraject niet langer meer onderdeel te willen zijn van het SRI vanwege domeinspecificatie in relatie tot hun eigen vaak domeinspecifieke LCI en LCHV-richtijnen[5]. Dit had de nodige consequenties en aanpassingen in de werkwijze voor FMS en SKILZ die samen verder gaan. SKILZ heeft in het najaar van 2025 een nieuwe SRI-website ontwikkeld, zodat alle richtlijnen en hulpmiddelen vindbaar bleven.

5.1 Dieren en planten

In 2025 zijn de laatste modules voor de richtlijn ‘Dieren en planten’ ontwikkeld en in het voorjaar is de richtlijn voorgelegd aan het veld voor extern commentaar. Het beoogde eindresultaat was een generieke richtlijn en daarom is deze richtlijn ontwikkeld met een generieke werkgroep met vertegenwoordiging vanuit de medisch-specialistische zorg, publieke gezondheidszorg en langdurige zorg. Maar gezien de veranderingen binnen SRI is besloten om deze richtlijn na de commentaarfase op te splitsen in twee domeinspecifieke richtlijnen: één richtlijn voor de medisch-specialistische zorg en één richtlijn voor de langdurige zorg. Bij deze richtlijnen zijn diverse hulpmiddelen ontwikkeld, waaronder een overzicht van belangrijke punten en de overzichtstabel ‘Toegang dieren in de langdurige zorg’. Deze tabel biedt een overzicht van welke dieren in welke ruimtes zijn toegestaan in een zorginstelling in de langdurige zorg. De richtlijn en hulpmiddelen zijn op 3 november 2025 gepubliceerd.

5.2 Basishygiëne bij lichaamsverzorging

In de langdurige zorg wordt steeds vaker gebruikgemaakt van verzorgende wasdoekjes voor het wassen van cliënten. Uit de knelpunteninventarisatie bleken meerdere vragen en onduidelijkheden te bestaan over dit onderwerp. Daarom is besloten tot de ontwikkeling van de richtlijn ‘Basishygiëne bij lichaamsverzorging’. Hiervoor is literatuuronderzoek gedaan over verzorgend wassen en een enquête rondgestuurd via Ikzoekeenpatiënt.nl om de ervaringen van cliënten op te halen over verzorgend wassen. De resultaten staan gepresenteerd in een factsheet en hebben uiteindelijk geleid tot het opnemen van de volgende aanbeveling in de richtlijn: “Houd rekening met de voorkeur van de cliënt bij het kiezen van de methode van wassen, zoals het gebruik van verzorgende wasdoekjes”  

De richtlijn heeft relatief veel submodules in vergelijking met andere richtlijnen, maar dezelfde kernaanbevelingen komen bij de verschillende methoden van lichaamsverzorging steeds terug. Om het veld te helpen bij het implementeren van de richtlijn, is een poster ontwikkeld waarin deze kernaanbevelingen op één blad terug te vinden zijn. In 2025 hebben meerdere werkgroepbijeenkomsten plaatsgevonden en is de richtlijn ‘Basishygiëne bij lichaamsverzorging’ op 15 oktober 2025 gepubliceerd.

5.3 Linnengoed in de langdurige zorg

In 2025 is het ontwikkelproces van de richtlijn ‘Linnengoed in de langdurige zorg’ voortgezet. De richtlijn is meteen domeinspecifiek ontwikkeld, waardoor er ook ruimte is voor specifieke knelpunten uit de langdurige zorg. Zo werd aangegeven dat cliënten in de langdurige zorg ook regelmatig zelf hun wasgoed wassen en dat familie of naasten deze taak soms ook op zich nemen. Er zal daarom ook in de richtlijn worden besproken hoe cliënten en naasten op een hygiënische manier zelf hun kleding kunnen wassen. Ook het verwerken van het wasgoed na een ongelukje (met ontlasting) komt aan bod. In het najaar is de richtlijn in het veld uitgezet voor extern commentaar.

5.4 Infectiepreventie in verpleeghuizen en kleinschalig wonen & Infectiepreventie in woonvoorzieningen voor mensen met een verstandelijke beperking

Er worden twee nieuwe SRI‑richtlijnen ontwikkeld die duidelijk maken welke SRI‑aanbevelingen en welke technische hygiënezorgnormen (zoals voedselveiligheid, luchtkwaliteit, legionellapreventie, afvalbeheer en dierplaagbeheersing) van toepassing zijn op verschillende typen voorzieningen. Eind 2025 vond de gezamenlijke kick‑off van beide werkgroepen plaats. De leden maakten kennis met elkaar en SKILZ presenteerde het projectplan. De huidige richtlijnen vallen nog onder het Landelijk Centrum voor Hygiëne en Veiligheid (LCHV) van het RIVM, maar zullen uiteindelijk worden ondergebracht bij het SRI. Om een soepele overdracht te waarborgen, neemt bij beide richtlijnen een procesbegeleider van het RIVM deel en vindt er regelmatig overleg plaats tussen RIVM en SKILZ.

In de oorspronkelijke projectopzet was het idee om de SRI‑aanbevelingen te prioriteren via een Delphi‑methode. Deze aanpak is eind december 2025 getest met de werkgroepleden, maar bleek niet geschikt. De aanbevelingen zijn namelijk al vastgesteld in eerdere ontwikkeltrajecten en worden daardoor allemaal als relevant beschouwd. Hierdoor voegt prioritering weinig toe. Daarom is besloten het projectplan te herzien. De werkgroepen starten nu met het opstellen van een raamwerk waarin wordt vastgelegd:

  • hoe uitgebreid en volledig de aanbevelingen moeten worden opgenomen, en
  • wanneer een verwijzing met een hyperlink naar de bestaande richtlijn volstaat.

Daarnaast wordt begin 2026 een vragenlijst uitgezet onder diverse beroepsverenigingen. Het doel is om inzicht te krijgen in hoe de huidige LCHV‑richtlijnen worden ervaren en welke verbeterpunten professionals zien voor de nieuwe SRI‑richtlijnen. Ook gaan de twee werkgroepen afzonderlijk verder met de inhoudelijke uitwerking van hun richtlijn. De verwachting is dat beide richtlijnen eind 2026 kunnen worden gepubliceerd.

5.5 Domeinspecificering van generieke SRI-richtlijnen

De vaste kerngroep Langdurige zorg heeft verder gewerkt aan diverse SRI-richtlijnen die domeinspecifiek zijn gemaakt. Tijdens het proces sloten de werkgroepleden uit de langdurige zorg die betrokken waren bij de generieke richtlijnen aan om input te leveren over de gemaakte keuzes en afwegingen in de desbetreffende richtlijnen.

In 2025 zijn de volgende richtlijnen gepubliceerd:

  • MRSA in de langdurige zorg (19 mei 2025).
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen in de langdurige zorg (19 mei 2025).
  • Isolatie in de langdurige zorg (27 mei 2025).
  • BRMO in de langdurige zorg (8 juli 2025).
  • Blaaskatheterisatie in de langdurige zorg (9 oktober 2025).

De volgende domein specifieke richtlijnen bevinden zich in de ontwikkel- of afrondende fase en zullen naar verwachting in 2026 worden gepubliceerd:

  • Reiniging en desinfectie van ruimten in de langdurige zorg.
  • Reiniging en desinfectie van medische hulpmiddelen in de langdurige zorg.
  • Accidenteel bloedcontact.
  • Toediening medicatie in de langdurige zorg.

Daarnaast zijn er ook andere SRI-richtlijnen die nog domeinspecifiek gemaakt moeten worden. Het betreft de volgende thema’s: scabiës, sondevoeding, hydrotherapie en waterinfecties, desinfectie van de huid en slijmvliezen, en veneuze en arteriële katheters. In 2026 zal de kerngroep gevraagd worden of zij lid willen blijven van de kerngroep en verder willen werken aan de domeinspecificatie van deze richtlijnen of dat er aanvullende kerngroepleden gezocht moeten worden.
 


[1] American Association on Intellectual and Developmental Disabilities

[2] Regionale Zorgnetwerken Antimicrobiële Resistentie

[3] Bijzonder Resistent Micro Organisme

[4] Meticilline-Resistente Staphylococcus aureus

[5] Landelijk Centrum Infectiepreventie en Landelijk Centrum Hygiëne en VeiligheidVoorwoord