Annemarie Remmerswaal over het toepassen van drang en het voorkomen van verzet

Drang en verzet / Interview

Vanaf 1 januari 2020 geldt de Wet Zorg en Dwang (Wzd). Het uitgangspunt van deze wet is hoe zorgverleners per cliënt een goede afweging kunnen maken van (on)vrijwillige zorg. In de praktijk blijkt het toch vaak onduidelijk voor zorgprofessionals in hoeverre ze het gedrag van een cliënt mogen beïnvloeden en dus drang mogen uitoefenen. In januari 2024 is SKILZ gestart met de ontwikkeling van de richtlijn Het toepassen van drang en het voorkomen van verzet. Deze richtlijn heeft als doel om zorgprofessionals vanuit multidisciplinair perspectief handvatten te bieden, gericht op het toepassen van drang, het voorkomen van verzet en de organisatie van de zorg. Het overstijgende doel is de kwaliteit van leven van cliënten in de langdurige zorg te verbeteren en het toepassen van dwang te verminderen.  

Annemarie Remmerswaal

Annemarie Remmerswaal neemt namens Ergotherapie Nederland (EN) deel aan de werkgroep voor de richtlijn Het toepassen van drang en het voorkomen van verzet. Annemarie werkt als ergotherapeut bij Sherpa, en doet ook interne evaluaties van vrijheidsbeperkingen in het kader van de Wet zorg en dwang. Ze is voorzitter van het Landelijk Netwerk Ergotherapie bij Verstandelijke Beperkingen (ET-VB).

Al 35 jaar in het vak

Annemarie: “Tijdens mijn opleiding lag de focus meer op ouderenzorg en revalidatie. Maar omdat mijn broer verstandelijk gehandicapt was, bracht ik zelf eigenlijk altijd een casus in van iemand met een verstandelijke beperking. Toen ik na mijn opleiding aan de slag ging, leek het logisch om met deze doelgroep te gaan werken.

Ik werk inmiddels al 35 jaar als ergotherapeut bij onder andere Sherpa en vind het nog steeds fantastisch om met mensen met een verstandelijke beperking te werken. Ook het werk zelf geeft me nog altijd veel voldoening. Het mooie is dat je zoveel aan de voorwaarden kunt doen waardoor mensen een beter leven krijgen. Daar word ik nog steeds blij van. Mijn honkvastheid ben ik juist als een sterk punt gaan zien. Ik heb enorm veel kennis opgebouwd en ken een groot deel van de bewoners al lang en goed. Sommige aspecten van het werk vind ik wel zwaar. Door financiële en personeelstekorten bijvoorbeeld gaat de kwaliteit van zorg achteruit, dat is pijnlijk om te zien.”

Meewerken aan richtlijnen

Annemarie: “Een paar jaar geleden ben ik weer gaan studeren (EBPiH; Evidence Based Practice in Health Care). Na deze studie leek het me zinvol om aan richtlijnen mee te werken en zo mijn wetenschappelijke kennis op een andere manier in te zetten dan tijdens mijn reguliere werk. Door mijn lidmaatschap van EN ben ik benaderd voor de werkgroep van de richtlijn Het toepassen van drang en het voorkomen van verzet

De richtlijn raakt enorm aan de ergotherapie. Het doel is om de dagelijkse activiteiten die voor de cliënten belangrijk zijn (opnieuw) mogelijk te maken. Drang heeft een negatieve klank, terwijl het in de zorg juist positief kan zijn en nog binnen de vrijwillige zorg valt. Stimuleren, motiveren en verleiden vallen onder drang, maar zijn nog lang geen dwang of leiden niet tot verzet. Als iemand een laag ontwikkelingsniveau heeft, wordt er eigenlijk voortdurend drang gebruikt. Alleen al om iemand letterlijk de goede kant op te leiden op straat, is een beetje drang nuttig.”

Wat te doen bij verzet

Annemarie: “De kracht van de richtlijn is dat we ons hiermee blijven bewegen binnen de vrijwillige zorg. Het helpt ons om na te denken over wat we doen als we (een eerste keer) verzet zien. Als je bijvoorbeeld tijdens het tandenpoetsen verzet ziet, een grimas of iets dergelijks, dan kun je stoppen of eerst nog een ander plekje proberen en later terugkeren. Dit zijn belangrijke vragen waar tot nu toe weinig over geschreven is.

We hebben de glijdende schaal van drang naar dwang en verzet heel mooi in beeld gebracht. Als je hebt afgewogen dat het nalaten van zorg niet wenselijk is, kan zelfs zorg met verzet nog onder goede zorg vallen. Het moet dan wel altijd besproken zijn en blijvend geëvalueerd worden. We hebben in de werkgroep veelvuldig gesproken over deze varianten en over wat (on)vrijwillige zorg is. Door het in beeld te brengen, is het nu voor iedereen duidelijk. Wat dat betreft was het, ook voor mij, een enorm leerzaam proces.”

Meer onderzoek naar drang en verzet

Annemarie: “Op zich ben ik tevreden met de richtlijn. Ik ben benieuwd welke tools het gaat opleveren, want deze richtlijn heeft zeker hulpmiddelen nodig voor begeleiders. Daarnaast hoop ik dat de richtlijn aanzet tot meer wetenschappelijk onderzoek. Ik snap wel dat onderzoek lastiger is binnen onze sector, omdat de doelgroep zelf vaak geen informed consent kan geven maar toch is het essentieel.

Een uitdaging blijft hoe de richtlijn straks wordt toegepast op de werkvloer. Het is nou eenmaal een pittig onderwerp met veel nuances. Een goede aanpak lijkt mij om gedragskundigen/psychologen/artsen in te zetten die de medewerkers op de werkvloer begeleiden en de richtlijn helpen vertalen naar de dagelijkse praktijk. En laten we vooral van de bevindingen uit de praktijk blijven leren, zodat we nog verder kunnen komen op dit onderwerp.”