Tijdens het SKILZ-congres op 5 februari heeft Petrie Roodbol het voorzitterschap van het bestuur van SKILZ overgedragen aan Akke Albada. Akke is sociaal wetenschapper, heeft als coördinator patiëntencommunicatie in een ziekenhuis gewerkt en was communicatieadviseur en projectleider bij het ALS-centrum. Voor haar promotieonderzoek heeft ze onderzoek gedaan naar communicatie bij erfelijkheidsonderzoek voor borstkanker. Tegenwoordig werkt ze als afdelingshoofd en bestuurssecretaris bij IKNL en is ze lid van de Raad van Toezicht van MantelzorgNL.
Akke: “Ik ben direct na mijn studie in de zorgwereld terechtgekomen. Als coördinator patiëntenvoorlichting leerde ik de ziekenhuiswereld van binnenuit kennen en ik vond het direct fascinerend. Het gebrek aan afstemming met zorgorganisaties buiten die wereld bijvoorbeeld vond ik heel opvallend. Gezondheid en het bevorderen ervan was toen nog nauwelijks een thema.
Implementatie wetenschappelijke kennis
Na een tijdje ging ik meer reflecteren op de zorg en ben ik de onderzoekerskant opgegaan. Door mijn promotieonderzoek ben ik in de psychosociale oncologie terechtgekomen. Dat is absoluut een interessant wetenschapsgebied maar ik had uiteindelijk vooral de behoefte om te kijken wat er nu al anders kon. Ik wilde me meer richten op de implementatie van wetenschappelijke kennis. Wat weten we nu al zeker en hoe kunnen we dat in een zorgorganisatie implementeren.
Bij het ALS-centrum kon ik met een breed team kijken hoe de zorg anders zou kunnen. De levensverwachting bij ALS is helaas laag, gemiddeld drie jaar na de diagnose, en mede daardoor is de ALS-gemeenschap enorm betrokken bij alles wat er rondom de ziekte gebeurt. Daardoor was het een stimulerende en leerzame zorgomgeving.
Uitdagingen in de langdurige zorg
Na een paar jaar hoorde ik dat ze bij IKNL zochten naar een woordvoerder die ook verstand had van wetenschappelijk onderzoek. Dat paste heel goed bij mij en de organisatie sprak me ook erg aan. Inmiddels ben ik er afdelingshoofd van het bestuursbureau en bestuurssecretaris.
Maar, ik vind het implementeren van kennis nog steeds interessant. We weten al zoveel, hoe kunnen we daar het beste van maken voor patiënten en zorgverleners? Zeker gezien de opgaven waar we nu in de zorg voor staan.
In mijn werk heb ik voornamelijk met palliatieve zorg te maken gehad maar een deel van die zorg vindt plaats binnen de langdurige zorg. Vanuit de ouderenzorg en de zorg voor verstandelijk beperkten is de afstemming met het ziekenhuis enorm belangrijk. Bij deze kwetsbare groepen spelen vaak veel factoren mee. In die zin ben ik zeker bekend met de langdurige zorg en de uitdagingen die er spelen.
Naasten en mantelzorgers
Sinds vijf jaar zit ik in de Raad van toezicht van MantelzorgNL. Door deze functie heb ik inzicht gekregen in de positie van naasten en mantelzorgers in diverse zorgsettings. Er is de laatste jaren veel veranderd in de rol van mantelzorgers en naasten. Het is belangrijk dat er naast verschillende soorten professionele zorgverleners ook cliënten en vertegenwoordigers, en mantelzorgers en naasten participeren in een werkgroep. Al die verschillende perspectieven doen ertoe. Binnen de langdurige zorg gaat het vaak om de woonplek van mensen, dat is toch echt een ander uitgangspunt dan een verblijf in een ziekenhuis. En om implementatie van richtlijnen te laten slagen, moet iedereen zich gezien en gehoord voelen.
Een richtlijn lost natuurlijk niet alle problemen op maar het is wel een hulpmiddel voor zorgprofessionals. Uiteindelijk zijn het collectieve thema’s. Voor de meeste problemen zijn geen perfecte oplossingen maar we kunnen het in ieder geval van verschillende kanten bekijken en zoeken naar wat de best mogelijke oplossing is.
Goede discussies
Ik kijk erg uit naar mijn rol als voorzitter van het bestuur bij SKILZ. Ik heb een goede indruk van de daadkracht van SKILZ, het is indrukwekkend wat er afgelopen jaren is neergezet en ontwikkeld. Het bestuur zit ook gedegen in elkaar met de verschillende beroepsgroepen. Dat ik als voorzitter niet uit een bepaalde beroepsgroep afkomstig ben, zie ik als een voordeel.
Ik wil me vooral inzetten om goede discussies te bevorderen en zorgen dat de beroepsverenigingen hun adviserende en meedenkende rol kunnen blijven vervullen. En ik vind het belangrijk dat het cliënten- en naastenperspectief goed worden meegenomen. Dat de diverse groepen met elkaar in gesprek blijven en elkaars punten en argumenten horen, zie ik als een groot goed. Zo komen mensen en organisaties dichter bij elkaar en leren ze elkaar begrijpen, ook als ze het niet met elkaar eens kunnen worden. Het is waardevol om met elkaar over de grote thema’s te praten, zo komen we verder als organisatie en kunnen we de zorg beter van dienst zijn.
Ik kijk ernaar uit om met de overige bestuursleden samen te werken en het gesprek aan te gaan zodat SKILZ verder kan gaan met het ontwikkelen van richtlijnen voor de langdurige zorg.”